De roep om meer voor elkaar te zorgen wordt steeds groter. Nederland telt bijna 4 miljoen mantelzorgers en zorgvrijwilligers die ondersteund worden door organisaties in de informele zorg.

Deze organisaties worden gefinancierd door gemeenten vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Hoe het deze sector vergaat meet de Branchemonitor Ondersteuning Informele Zorg.


Gunstige ontwikkelingen

  • In 2010 zijn er meer mantelzorgers bereikt en meer zorgvrijwilligers ingezet.
  • Steeds meer organisaties bieden zowel mantelzorgondersteuning als vrijwilligerszorg aan. In 2008 deed 40 procent dat, in 2010 56 procent
  • Ondersteuningsorganisaties kijken op lokaal niveau vanuit een breder perspectief naar de informele zorg rond een zorgvrager en werkten meer samen.


Zorgelijke ontwikkelingen

Door bezuinigingen in de formele zorg wordt een groter beroep gedaan op zorgvrijwilligers, met lange wachtlijsten tot gevolg.

  • Gemeenten hebben de neiging om informele zorg lokaal te organiseren. Hiermee komen regionale voorzieningen voor specifieke doelgroepen onder druk te staan of vervallen. Specifieke ondersteuning op het gebied van respijtzorg of aan mensen met GGZ problematiek blijven hierdoor steeds vaker onbeantwoord.
  • Vaak zijn dit juist de voorzieningen voor zwaar belaste mantelzorgers waarbij overbelasting op de loer ligt.
  • Ook specifieke vormen van vrijwilligerszorg voor kwetsbare burgers, zoals Vriendendiensten (hulpvragers met GGZ problematiek) en Buddyzorg zijn (hulpvragers met een levensbedreigende ziekte) vaak regionaal georganiseerd. Deze organisaties dreigen hiermee verloren te gaan, waardoor hulpvragers in een isolement terecht komen.